|
Behandeling tromboseHoe wordt trombose behandeldHet belangrijkste doel van de behandeling van een trombosebeen en longembolie is het voorkomen van uitbreiding van de ziekte en het voorkomen van het terug keren van de ziekte op lange termijn. In eerste instantie wordt er behandeld met of heparine of laagmoleculair gewichtsheparine. Heparine wordt via een infuus via de ader toegediend meestal in het ziekenhuis. De meer recent ontwikkelde laagmoleculair gewichtsheparines worden 1 tot 2 keer per dag onder de huid toegediend. Aangezien bloedcontroles over het algemeen niet noodzakelijk zijn, kan dit dus ook buiten het ziekenhuis plaats vinden. Inderdaad is het gebleken dat de behandeling van een trombosebeen veilig en effectief thuis kan plaatsvinden. Patiënten met een longembolie worden over het algemeen nog wel opgenomen in een ziekenhuis. Nadat in de eerste fase van de trombosebehandeling is gestart met heparine of laagmoleculair gewichtsheparine volgt behandeling met tabletten. Dit wordt orale* antistolling genoemd. In Nederland wordt vrijwel uitsluitend acenocoumarol (Sintrommitis) en fenprocoumon (Marcoumar) gebruikt. De controle van de antistolling wordt verricht door de trombosediensten. Tegenwoordig is het ook mogelijk om zelf thuis de antistolling te controleren onder begeleiding van de trombosedienst. De behandeling van een trombosebeen en longembolie bedraagt over het algemeen 3 tot 6 maanden bij een eerste trombose. Bij een tweede trombose en bij aanwezigheid van risicofactoren kan in overleg met de behandelend arts gekozen worden voor een langere periode. *oraal betekent: via de mond ingenomen, dus geen injecties of zetpillen, maar bijvoorbeeld een tablet, capsule of druppels (advertenties)
|
Alle MediStart websites
|
